Alleen de maan en zij
Weer een nacht zonder zijn armen, weer een nacht alleen in het donker. Soms dommelde ze een uurtje weg, schrok er bijna van en viel terug naar het licht van de maneschijn.
Een kop thee, een boek, even naar buiten, haar voeten in het natte gras. Koud geworden terug onder het dekbed. Negeer de klok, niet naar kijken. Gewoon maar blijven liggen. Totdat de nacht een vroege ochtend wordt, en maan- het morgenschijnsel.
Ze wenste maar één ding, dat Morpheus haar omhelsde..
Alleen de maan en zij
