Beroemd en rijk

Zij zit aan haar tafel en doet wat ze het liefste doet: schrijven. Ze duikt haar eigen wereld in en probeert door korte leesstukjes wat aardigs de wereld in te sturen. Pas wanneer ze klaar is (discipline is essentieel in deze eenzame professie), mag ze er op uit.
Ze gaat naar een terras op het plein. Ook daar is het notitieblokje binnen handbereik om onderwerpen die haar verbeelding binnen komen wandelen, op te tekenen.

Een man aan het tafeltje naast haar ziet haar pen en papier en vraagt wat ze doet. Zij zegt dat ze schrijft, boeken, artikelen en Mooi kort. Hij vraagt of ze beroemd is. Bij een ontkennend antwoord is hij zienderogen teleurgesteld. Maar hij blijft nieuwsgierig: wat schuift schrijverschap? Omdat zij geleerd heeft over pecunia niet te spreken, volstaat ze met te zeggen dat het niet veel is. Waarom in hemelsnaam, vraagt de man, doe je het dan?  
Ze lacht, anders dan in zijn wereld, gaat het in de hare niet om geld en glorie. Ze legt uit dat zij mensen, al is het maar een handjevol, al is het maar voor heel even, een beetje blij wil maken. Dat is haar beloning.
Het komt niet aan, hij snapt er niets van. Beroemd, bekend, en rijk, dát moet je worden.

Ze dankt de man. Hij heeft, zonder het te willen, zomaar een Mooi kort haar kant op gestuurd.

Beroemd en rijk