Bizarre smoes

Zij vertelt dat ze voor lange tijd weggaat naar zuid Europa, haar huis is verhuurd, ze is ready to go. Hij snapt dat niet, kan dat niet, zo in zijn eentje op stap. Hij durft niet.
Zij is verbaasd, zo’n intelligente, goed uitziende man, zo iemand heeft de moed niet?
Ze daagt hem uit. Als hij, al is het maar één keer, alleen op een terras een biertje zal gaan drinken, zal zij na terugkomst, lekker voor hem koken. Deal.

Weer thuis neemt ze contact met hem op. Hij blijkt een vreselijk ongeluk te hebben gehad met zijn fiets, waarbij nek en rug zijn gebroken. Hij is veroordeeld tot een leven lang hulp en een rolstoel.

Op een dag neemt ze hem mee voor een uitje in het park. Hij vertelt haar dat hij op de dag van het ongeluk – met tegenzin, maar toch – op weg was naar een café, waar hij een drankje zou gaan doen. Alleen.
Hij was met fiets en al op een paaltje geklapt met desastreuze gevolgen, dus die deal, tja, die is van tafel.

Hoewel koude, schuldrijke rillingen bezit van haar nemen, kan ze niet nalaten te zeggen:
‘Je had ook wel een andere smoes kunnen verzinnen hè…’

Bizarre smoes