Boterbloemen carrière

De vader stond langs het voetbalveld. Hij keek hoe de jonge ukkies met rode wangen alle kanten op renden. Behalve eentje, zijn zoontje. Die was rechtsbuiten of zoiets. Het kleine jochie liep met afgezakte kniekousen dromerig langs de lijn. Tot hij van het veld afging. Niet omdat hij geblesseerd was, of misschien te moe (hij had de bal niet aangeraakt), maar omdat hij knalgele boterbloemen in het vizier had gekregen. Hij plukte een handvol fleurigheid en liep recht op zijn vader af.
Die verstomde, werd eigenlijk een beetje boos. Waarom speelde zijn zoontje niet mee? Rennen moest hij! Scoren!
Het jongetje gaf hem vanuit zijn eigen wereld, blind voor de toorn van zijn ouder, de verzamelde lente, met een glanzende glimlach op zijn gezichtje.
De vader nam het, toch vertederd, aan en het kleine ventje mee naar huis.
De voetbal ging in de kast, bloemen (en het knaapje) kwamen eruit.

De dromerige speler werd een van de groten der aarde als het ging om bloemdecoraties. Huizen met tuinen zo groot als voetbalvelden voorzag hij van wekelijks wisselende ruikers, in zachte tinten, mintgroen, roze, paars.

Maar elk voorjaar vergat hij het pastel en ging de velden in. Hij plukte voor zijn inmiddels stokoude vader dat waar alles mee begonnen was, een prachtig boeket boterbloemen.

Boterbloemen carrière