Dansend naar het licht

Ze loopt door de donkere straten, de kraag flink opgetrokken, de handen in haar zakken. Ze rilt, niet alleen vanwege de kou die haar omringt, maar vooral door de kilte van de tijd. Ze houdt niet van december. De lichtjes confronteren haar met het donker, hoe meer lampjes hoe meer ze dag- en zonlicht mist. December strijdt met haar, zet de aanval in, elk jaar gaat ze ten onder, delft ze het onderspit. In het zicht van oud en nieuw voelt ze zich meer oud dan nieuw.

Thuisgekomen zet ze koormuziek op, passend in deze dagen. Ze mijmert wat, over dat wat was, over alles dat het leven, in haar geval ver over de helft, haar tot dusver heeft gebracht. Ze ervaart gelukkig een gevoel van veel, van vol, van vreugde, maar vooral van het vermogen zich te voegen. Te buigen voor het leven, maar ook te buigen naar het leven, al lijkt deze maand die gave wat in de weg te staan. 

Misschien helpt andere muziek. Koralen worden hits uit de seventies. Voorzichtig begint ze mee te deinen op de muziek. Dan worden haar bewegingen groter, ritmischer en ineens danst ze alsof de jaren geen grip op haar hebben gehad. Ze schudt al het donker van zich af. Lichtheid vervult haar, stuwt haar voorwaarts, weg van de kou, weg van de maand.

De laatste dagen van het jaar begroet ze met een glimlach, ze zwaait naar het oud en omhelst het stralende nieuw.

Ze is klaar voor 2026.

Dansend naar het licht