Ellende – lievigheid

Ze swipet de digitale krant weg. Oorlog daar, dreiging hier. Mensen onthuisd, kinderen verweesd, dieren tot zwerven gedoemd. Ze wordt erdoor geraakt, ziet wereldleiders als bijna blinden, met het weinig zicht dat ze nog hebben op eigen glorie en bankrekening gericht.

Ze peinst over de goed- dan wel de slechtheid van de mensheid. Ze weigert, in weerwil van het vele beroerde nieuws, te geloven dat de mens in wezen een vat vol narigheid is. Ze laat het even voor wat het is en besluit een rondje door het park te lopen.

Bij de vijver zit een oude man. Hij voert het watergespuis. Het spettert en het kwaakt.De meneer sust:
‘Rustig maar, er is genoeg voor iedereen.’ Lief.
Verderop bij het kleine speeltuintje spelen twee kindjes samen op een bewegende veer-kip. Rode wangen, grote pret, de moeders trots. Vreugde.
Er komt een straathond op haar af, hij vraagt om een kroel. Heerlijk.
Weer terug bij haar huis zwaait ze naar de chauffeur die pakjes aflevert. Hij steekt zijn duim op. Vriendelijk.

Zoveel hartelijkheid, kwam dat maar eens in de krant.

Ellende – lievigheid