Filosofische fietstocht

Ze fietst op een doordeweekse dag door de buitenwijken van Amsterdam naar het centrum. Bij de vele stoplichten drukt ze braaf op de knop tot de fiets groen oplicht. Dan stapt ze weer op en trapt stevig door om op gang te komen.

Ze haalt telkens een zwaargebouwde oudere meneer in, die rustig door peddelt. Omdat zij zijn ‘groene golf’ regelt, kan hij bij elke kruising zonder af te stappen in zijn gestaag tempo doorfietsen. Na de derde keer inhalen komt ze naast hem rijden. Verbaasd over haar haast zegt hij:

‘Weet je, wanneer je jong bent, druk je de tijd vooruit. Je rent door het leven, je wilt altijd groter worden, je kan niet wachten tot de volgende dag. Als je ouder wordt, neemt de tijd je bij de hand. Je komt op tijd op je werk, bent op tijd thuis voor je gezin, je gaat op tijd naar bed. En dan, op een dag, als je oud bent, is de tijd ineens aan jou. En die wil je dan te slim af zijn, je wilt uren rekken, minuten vertragen, onwetend hoeveel je er nog van hebt. Maar je staat machteloos, de tijd kiest zijn eigen weg. Beter om er maar optimaal en bewust van te genieten.’

Hij slaat af, zwaait en verdwijnt in de drukte. Zij blijft verbouwereerd achter en kauwt nog wat op wat er tot haar is gekomen. Ze mindert vaart, laat de wedloop met de klok voor wat hij is.

Dankbaar voor de wijze man, zijn les en de tijd die haar op een doordeweekse dag in Amsterdam gegeven is.

Filosofische fietstocht