Genoten goedheid
Ze rijdt alleen met de auto naar het zuiden van Europa. Kilometer na kilometer trekt het wisselende landschap aan haar voorbij. Aan het einde van de dag besluit ze een tussenstop te maken in een hotel, weg van de snelweg. Google maps leidt haar erheen, zo is het plan. Maar het loopt anders. Ze verdwaalt en na veel omzwervingen komt ze verhit en veel te laat bij het hotel, een prachtig landhuis in the middle of nowhere, dat dan weer wel. Ze snakt naar een goed glas wijn en een lekkere hap eten.
Ze wordt hartelijk welkom geheten, maar de eigenaar vertelt direct dat er geen diner wordt geserveerd. Het hotel is verkocht, zij is de allerlaatste gast en de restaurantkeuken is al opgedoekt. 10 km verderop is prettig eettentje, suggereert hij.
Verbouwereerd kijkt ze de man aan. No way dat ze weer die auto in stapt. Ze is bekaf, wil eten en naar bed. Beteuterd zegt ze dat ze dan maar op haar laatste overgebleven tomaat gaat zitten sabbelen. Misschien heeft hij nog wel een wijntje voor haar? Ze gaat op het verlaten terras zitten en legt de rode tomaat voor zich op de tafel. Dit wordt haar avondmaal.
De eigenaar brengt haar wijn, glimlacht wat peinzend, maar zegt niets. Tot hij wederom, breed grijnzend, aan haar tafeltje verschijnt. Hij zegt iets wat ze niet verstaat, pakt haar bij de arm en troont haar mee naar de privé gelegen achtertuin. Daar blijkt een afscheidsetentje met familie te zijn georganiseerd. Ze krijgt een stoel aangeboden en belandt, geheel onverwachts, in een vrolijk festijn, met zingende en dansende mensen. Na een paar uur feest trekt ze zich terug, uitgebreid gekust en uitgezwaaid door naar het schijnt nieuwe vrienden. Beduusd en beneveld ploft ze haar bed in.
Op de hele vroege volgende schemerende morgen treft ze de eigenaar. Ze wil het eten en de wijn afrekenen en ze vraagt hem in duo-lingo buitenlands om die rekening. Hij schudt zijn hoofd en wijst op zijn wang. Ze denkt ze dat hij haar niet begrepen heeft en maakt dit keer dan maar met twee vingers het universele geldgebaar. Hij schudt stellig zijn hoofd en wijst weer op zijn wang.
‘Un beso, no dinero’, zegt hij. ‘Un beso.’ Dan snapt ze het. Hij hoeft geen geld, slechts een kus op de wang.
Hij krijgt een innige omhelzing inclusief twee zoenen en dan rijdt ze in het beginnend licht verder naar het zuiden, verwarmd, nog niet door de zon, maar door de zo onverwachte genoten goedheid.
