Haantjes gedrag
Een toevallige ontmoeting in de bus naar de stad. Een voorzichtige groet, graven in herinnering. Dan herkenning.
‘Je bent het echt!’
Hij straalt. Een ‘leuk je te zien, hoe is het, ik kom naast je zitten’.
En dan begint het. Niet alleen het bustripje, maar vooral het gesprek. Of liever gezegd, het spervuur. Hij schiet met woorden over zijn carrière, besturen, voorzitter Raad van Dit, College van Dat, alles bulkt naar buiten. Zijn buik die minstens zo indrukwekkend is als zijn geschetste levensloop, klotst gezellig mee over de drempels en op de hoogtepunten die hij beschrijft.
Even denkt ze dat hij uitgepraat is, maar nee, het gezin komt aan bod. De ene zoon werkt in New York, een andere in Australië. En de jongste doet dit jaar eindexamen, ja veel jonger want uit een derde huwelijk.
Wat er met al die echtgenotes is gebeurd, vertelt het verhaal niet. Hij moet bij de volgende halte uitstappen, of nee, nog eentje later, grote lach, geen ervaring met de bus, hoeft ook niet, hij heeft drie auto’s.
Dan volgt voor het eerst een vraag.
Heb jij nog contact met die en die?’
Hij geeft zelf het antwoord. Dat is immers waar het om gaat, wat centraal staat. Zijn ik, zijn grote ik, zijn hanen gedrag.
Dan drukt hij op rode knop en stapt uit, maar niet nadat hij bij het uitchecken roept dat hij de volgende keer alles, ‘echt alles!’ over haar wil weten.
Maar er komt geen volgende keer, zij neemt zich voor nooit meer met de bus te gaan.
