Hoedje
Fleurig gekleed, met bijpassend hoedje toog zij naar het huwelijk van een studiegenote. Een herfstige dag, de wind leek alle goede wensen richting bruidspaar te waaien.
Na de plechtigheid binnen, kwam het fotomoment buiten. Stralende ogen op het bordes, iedereen bijeen gedrukt, een lach, en toen: een enorme windvlaag. Zij greep naar haar hoofd om het deksel te behoeden voor een vroegtijdige verwijdering. Te laat.
De wind zoefde om haar heen, nam het hoedje van haar krullen en zwierde ermee naar de andere kant van het gezelschap. Het plofte een eind verderop zacht neer, voor de voeten van een feestvierder. Hij raapte het op, zocht de eigenaresse in de menigte. Hij keek, zij keek. Hij hield met een grimas het hoedje omhoog.
Onder gejoel stapte het pas gehuwd paar in de auto, de vriendenstoet ging uiteen.
Hij -van het hoedje- was in een paar passen bij haar. En dat bleef zo. Al veertig jaren lang.
Het hoofddeksel, enigszins aangetast door de tand des tijds, hangt in hun gang.
Als aandenken aan dat moment waarop de wind hun leven richting gaf.
