Rennen, rennen, rennen
Ze was altijd aan het rennen, van hot naar her, van her naar haar, van haar naar hun. Geen moment rust. De boog altijd gespannen. Bijna twee agenda’s nodig om alles bij te houden.De stilte zag het aan, wachtte geduldig. Greep nog niet in. Tot ze ziek werd en haar leven op hold moest worden gezet.
Na weken krabbelde ze iets overeind, verbaasd dat de wereld rond was blijven draaien zonder haar gejakker en gehaast. De stilte keek haar aan, glimlachte en liet haar zachtjes wennen aan een tijdloze planning. Die leerde ze waarderen, het niet verstikt worden door een vermeend moeten.
Ze vindt lucht in vrijheid binnen haar kalender, leeft kalmer, durft het niets te omarmen.
Soms geraakt ze, als een storm de kop opsteekt, verdwaald in de huid van de kip zonder kop die met alle winden mee wil waaien. Dan verspert de stilte haar de weg, voert haar zachtjes terug naar waar ze eigenlijk wil zijn.
Zo beweegt ze in een, soms nog wat schommelende, maar veelal serene balans met de kalme kompaan van rust die haar beste vriend geworden is.
