Stoere bange kerel
Zij kwam aan bij de tandartsenpraktijk. Bij de deur stond een grote man met opgeschoren haar, talloze tattoos en een T-shirt dat ternauwernood zijn spierballen omhulde. Ze liet hem voorgaan, beter om met hem geen ruzie te krijgen dacht ze.
Eenmaal binnen sprak de man haar aan. Hij wist niet waar hij heen moest, was hier voor het eerst. En, voegde hij eraan toe, hij was als de dood voor de confrontatie met de boor.
Zij nam hem onder haar hoede en stak, toen hij naar binnen werd geroepen, ter geruststelling haar duim omhoog.
Hij: zo stoer, zo bang, en zij: zo schaamteloos vol vooroordelen…
Stoere bange kerel
