Vrij mooi weer
Mooi weer, bootjes op de grachten, zwemmende kinderen die plonsen, duiken en rennen.
Zij loopt langs en ziet de onbezorgde jeugd spetteren en spelen.
Het raakt haar en doet haar beseffen hoe vreemd de wereld is.
Slechts honderden kilometers verderop duiken kinderen ook, maar dan onder.
Rennen kinderen ook, maar dan weg van geweld.
Zij vestigt haar hoop op deze jonge mensen, nu nog vrolijk door het water zwevend.
Laten zij, als hun tijd gekomen is, de wereld vormen naar hun vrijheid.
Laten zij twisten beslechten, zodat alle jeugd van later, ook vele kilometers verderop, blije tijden gaan beleven.
Vrij mooi weer
