Vuilnisvrouwtje

Ze loopt in het bos en ziet in de verte een vrouwfiguur bukken en weer opstaan, bukken en weer opstaan. Is dit een nieuwe hype, een nieuwe hippe vorm van gymnastiek?

Ze komen elkaar nader. Dan ziet ze dat de vrouw peuken van de grond raapt en in een zakje stopt. Peuken èn ander klein vuil, een lipje van een blikje, een stukje karton. Alles gaat in het meegenomen plastic zakje. Terwijl haar honden speels door de bladeren stoeien, is de blik van de volleerde Sherlock Holmes op de grond gericht en speurt zij naar klein vuil voor in haar zakje. 

Na een ronde wandelen komen ze elkaar weer tegen. De oogst is binnen, het zakje is vol. Ze glimlacht vriendelijk terwijl mevrouw Holmes het vuilnis met een groots gebaar in de bak bij de parkeerplaats gooit. 
‘Troep van één week, het valt mee,’ hoort ze Sherlock mompelen, ‘vakantietijd waarschijnlijk.’
Ze kijkt in verwondering naar dit wonderlijk, waardevol vuilnisvrouwtje.

Vuilnisvrouwtje