Passende race
Zij had afgesproken met een vriendin, die strompelend aan kwam lopen. Wat was er gebeurd? Van de trap gevallen? Te veel met haar kleinkinderen geravot? Niets van dat al, ze bleek meegedaan te hebben aan een straatrace in haar buurt. Huh? Ze was pas verhuisd naar de stad, naar een gewilde, gegoede buurt, met dito postcode. Hoezo een straatrace, het was toch geen achterbuurt?
Het bleek een wedstrijd met bakfietsen te zijn geweest. Vriendin had de finish niet gehaald, ze was omgekieperd. Op de vraag waarom ze in hemelsnaam mee had gedaan, zei ze dat het een soort inburgeringsritueel was.
‘Je wilt er toch bij horen, hè?’
Zij keek naar haar gewonde, grijzende vriendin en dacht er het hare van.
Hadden we die groepsdruk nou nog niet achter ons gelaten?
